De! Kunsthumaniora

Schoolwerkplan

Profiel van de! Kunsthumaniora

 

 

1. Het Profiel van de! Kunsthumaniora.

 

De! Kunsthumaniora - Antwerpen is een KUNSTHUMANIORA.

 

Dit wil zeggen, een onderwijsinstelling voor Secundair Onderwijs van de 1ste, 2de en de 3de graad met als specifieke kenmerken:

 

* Op het vlak van zijn structuur:

 

1. de! Kunsthumaniora biedt in de 2de en 3de graad uitsluitend de onderwijsvorm KSO aan.

Aangezien de! Kunsthumaniora binnen de scholengroep/scholengemeenschap de enige instelling is die KSO aanbiedt, streeft zij er naar  het KSO- studieaanbod zo volledig en rationeel mogelijk uit te bouwen, in het belang van de optimale studiekeuzebegeleiding en oriëntatie van de leerlingen binnen de school/de scholengroep/de scholengemeenschap (en daarbuiten: het rekruteringsgebied gaat verder dan de scholengroep/scholengemeenschap). Bijgevolg omvat het studieaanbod van de! Kunsthumaniora alle studierichtingen van het studiegebied podiumkunsten (dans, muziek en woordkunst- drama) en alle studierichtingen van het studiegebied beeldende kunsten (architecturaal, audiovisueel, beeldend).

 

2. de! Kunsthumaniora biedt in de 1ste graad S.O. uitsluitend de A- stroom aan. In de eerste graad worden, naast Latijn en moderne wetenschappen, ook  kunstgerichte keuzes en basisopties aangeboden.

Met name: dans en artistieke vorming (beeldende kunsten en podiumkunsten).

In functie van een optimale studiekeuzebegeleiding wordt de eerste graad verder uitgebouwd tot een “brede” eerste graad.

 

3. de! Kunsthumaniora  komt bovendien ook tegemoet aan de vraag naar een degelijke vooropleiding, vanwege jongeren die in hun S.O. geen KSO hebben gevolgd en alsnog wensen door te stromen naar het Hoger Kunstonderwijs. Dit door Voorbereidende Jaren (3de jaar 3de graad) aan te bieden, zowel in het studiegebied Beeldende Kunsten (Bijzondere Beeldende Vorming), als in het studiegebied Podiumkunsten (Bijzondere Muzikale Vorming)..                                     

 

* Op het vlak van zijn doelstelling:

 

De! Kunsthumaniora vertrekt vanuit een drieledige doelstelling:

 

-          Een preprofessionele artistieke opleiding (op grond van de kunstvakken), gericht op de doorstroming naar het Hoger Kunst Onderwijs (verschillend al naargelang het studiegebeid en de studierichting).

 

-          Een algemene vorming (op grond van de algemene vakken), die  de doorstroming naar het Hoger Algemeen Vormend Onderwijs (met inbegrip van de universiteit) moet vrijwaren (verschillend al naargelang de studierichting).

 

-          Een pedagogische begeleiding, waarin het activeren van de persoonlijkheids- ontwikkeling van de leerling centraal staat. Belangrijke elementen in de persoonlijkheidsvorming van de leerling zijn: het bevorderen van het kritisch en creatief denken bij de leerling en het ontplooien van zijn zelfstandigheid, zelfverantwoordelijkheid en zelfdiscipline.

 

* Op het vlak zijn externe organisatie:

 

De! Kunsthumaniora gaat omwille van artistieke, pedagogische (studiekeuzebegeleiding), organisatorische, … redenen samenwerkingsverbanden aan, o.m. met:

 

-          het basisonderwijs: met basisschool “Ieperman”, één van de vier “4 Parkscholen”, wordt in het kader van een proeftuinproject “4 op een rij” samengewerkt aan een betere studiekeuzebegeleiding en doorstroom van BAO naar 1ste graad SO. (zie addendum)

 

-          het Hoger (Kunst) Onderwijs: o.a. met de Hogeschool Antwerpen (departementen beeldende en audiovisuele kunsten en muziek, dans en drama) in het kader van de voorbereidende jaren, de GIP, artistieke projecten, pedagogische projecten, personeelsbeleid, infrastructuur,…lerarenopleiding.

 

-          het Deeltijds Kunstonderwijs: o.a. met het MAGO – Antwerpen, het SBK – Antwerpen en de Stedelijke Academie van Lier, in het kader van artistieke projecten, pedagogische projecten, leerlingeninstroom, personeelsbeleid, infrastructuur,… meer bepaald op de campus “4 Parkscholen”.

 

-          het internaat  Ruggeveld (GO) in Antwerpen.

 

2.      De Schoolcultuur van de! Kunsthumaniora. 

                                                       

De schoolcultuur in een KSO - school moet de voorwaarden en het klimaat scheppen, waarin de KSO - leerling het best tot zijn recht komt.

 

De schoolcultuur in een KSO- school wordt, zowel door de leerling als door de leerkracht/opvoeder, als veeleisend ervaren. De schoolcultuur biedt minder zekerheden en niet alle leerlingen en/of leerkrachten/opvoeders functioneren goed binnen deze schoolcultuur.

 

Zowel in haar filosofische invulling als in haar prak­ti­sche uitwer­king stelt de KSO-schoolcultuur de volgende vijf aspecten centraal:

 

1. Het scheppen van ruimte voor de persoon­lijke ontwikkeling  van de leerling als  kritisch en creatief denkend individu.

 

Belangrijk hierin is: de leerling te vormen tot een zelfstandige, artistiek bewuste, sociaal be­trokken en kritische jong- vol­wassene, die zich maatschappe­lijk weet te handhaven.

Daarom wordt hem in de eerste plaats de nodige individuele ruimte gelaten in zijn creatief- artistieke ervaring:in het artistieke luik van de opleiding ligt het crea­tief pro­ces aan de basis.

 

Het creatief vormingsproces is gebaseerd op het ontwikkelen van het creatief denken van de leer­ling: de leerling wordt, vanuit zijn persoonlijk beeldend, muzi­kaal en/of expressief ervaren, begeleid in, en gestimuleerd tot ,individueel vormge­ven. Dit spe­cifiek vormingsproces appelleert voortdu­rend aan de creatief - concipiërende intelligentie en wordt pas moge­lijk wanneer aan de leerling de nodige individue­le ruimte wordt gelaten:de mogelijkheid tot creatieve ontplooiing is immers rechtstreeks af­hankelijk van de vrijheid tot creatief denken. De vrijheid van creatief denken is rechtstreeks afhankelijk van de vrij­heid tot denken in het algemeen.

 

In voortdurende en directe com­municatie en confrontatie met de andere leerlingen, de leerkrach­ten, het personeel, én in inter­actie met de sociale en culture­le realiteit waarbinnen hij zich beweegt, wordt de leerling bege­leid in zijn persoon­lijk groei­proces.

                                                        

De ideologische, de levensbe­schouwelijke of de filosofische overtui­ging van de leerling wordt daarbij gerespecteerd en de sociale status kan nooit als maatstaf dienen.

 

2. Het scheppen van ruimte voor de sterke individuele  begeleiding van de leerling in zijn creatief proces.

 

Vooral in de artistieke vorming staat de indivi­duele begeleiding van de leerling centraal.

Binnen het werkatelier, zowel binnen de beeldende kunsten als binnen de podiumkunsten, wordt de leerling sterk individueel benaderd. Tussen leerkracht en leerling ontstaat een persoon­lijke band op basis van gelijkgestemden.

Leraar en leerling staan voor elkaar open en stellen zich vaak kwetsbaar op.

Wederzijds vertrouwen en respect zijn hier de sleutelwoorden.

 

De algemene vorming biedt, binnen het traditionele kader van de algemene vakken,minder moge­lijkheden tot het ontwikkelen van deze specifieke, vaak emoti­onele, band tussen leraar en leerling. De mogelijkheden die er zijn, worden wel benut, zowel op vakinhoude­lijk als op algemeen pedagogisch gebied.

Enerzijds, zoeken leerkrachten algemene vakken, binnen hun vakdomein, naar raakpunten met de artistieke leefwereld van de leerling. Anderzijds, trachten zij ruimte te scheppen voor het profiel van de KSO - leerling en de per­soonlijk­heid van de individuele leerling . De artistieke prestaties van de leer­ling, voegen een extra- dimensie toe aan het beeld dat de leraar algemene vakken zich vormt van de leerling en resul­teert niet zelden in een toenemend respect voor en  engage­ment naar de leerling toe.

 

Door de grotere betrokkenheid bij de leerling,staat de leraar vaak dichter bij de buitenschool­se leefwereld van die leerling. Emotionele, psychische, sociale en familiale pro­bleemsituaties komen makkelijker aan de oppervlakte. Meer dan in andere onderwijsvormen, zal de leraar ook als psycho- soci­aal begeleider moeten fungeren. Er zijn niet méér "probleemleerlingen" in het KSO, alleen schept de schoolcultuur een klimaat waarbinnen probleemsitua­ties makkelijker aangekaart kunnen worden.

 

3. Het ontplooien van de zelfstandigheid, de zelfverantwoordelijkheid en de zelfdisci­pline van de leerling.

 

Het artistiek vormingsproces stopt niet bij de schoolpoort. Zowel binnen de beeldende als binnen de podium­kunsten, geeft de leerkracht in het ate­lier de aanzet tot de uit te voeren op­drachten. De eigenlij­ke uitwerking heeft plaats buiten de school onder de vorm van zelfstudie en zelfstandig werk.

 

Binnen het werkatelier worden "lijnen" uitgezet; de invulling van die "lijnen" gebeurt thuis. De begeleiding in de les, dient thuis opgevangen te worden door zelfstandigheid en zelfdiscipline:de leerling wordt immers in grote mate zelf verantwoor­delijk voor zijn vorderingsproces.

Artistiek gezien, is een KSO - leerling nooit klaar:het artistiek proces maakt een wezenlijk deel uit van zijn dagdage­lijkse leven. Het is een vorm van "zijn".

 

4. Aandacht voor het socialisa­tieproces.

 

Het pedagogisch project is zodanig opgevat, dat brede marges worden uitgestippeld, waarbinnen de leerling de zoek­tocht naar zijn persoonlijkheid kan aanvatten en waarbij de

opvoeders fungeren als begelei­ders.

 

Binnen de cursussen "samenspel" in de verschillende podiumkun­sten, in het raam van artistieke en andere projecten, in het kader van geïntegreerde werkperiodes , wordt het sterk indivi­duele karakter van de opleiding getemperd door de nood aan samenwerking.

 

De schoolcultuur impliceert een samenlevingsvorm op basis van het principe dat leefregels een resultaat zijn van een demo­cratisch proces. Overleg en inspraak vormen een wezenlijk bestanddeel van de schoolcultuur, in die zin, dat de ruimte die gelaten wordt voor inspraak, bepaald wordt door de mate van verantwoorde­lijkheidsbesef van de betrokken partners, dus ook de leerling.

 

Schoolreglementen bieden de leerling de nodige vrijheid tot persoonlijkheidsontwikkeling. Dit wil niet zeggen dat in een KSO - school complete anarchie heerst, maar dat de vrijheid van de leer­ling wordt beperkt door zijn eigen verant­woorde­lijkheids­zin. Het ontwikkelen van die verantwoordelijkheidszin behoort dan ook tot één van de belangrijkste pedagogische opdrachten.

 

In die zin, wordt aan de leerling de mogelijkheid geboden om, onder begeleiding, te experimenteren met normen en gedragsre­gels, met als doel het ontwikkelen van een eigen normen-, waarden- en gedragspatroon, dat tegelijk beantwoordt én aan de maatschappelijke verwachtingen én aan het behoud van de eigen identiteit.

 

5. Het belang van de artistieke activiteiten, zowel binnen -  als buitenschools.

 

Het werk in het atelier biedt slechts één, weliswaar het voornaamste, facet van de artis­tieke vorming van de leer­ling.

Ook buiten het atelier zijn de mogelijkheden legio om de artistieke opleiding te verdiepen.

 

Geïntegreerde werkperiodes, zowel binnen- als buitenschools georganiseerd, bieden de leerling de mogelijkheid kennis te maken met aspecten van de artistieke vorming die buiten het traditionele leerplan vallen of kunnen aangewend worden om grotere artistieke projecten uit te werken (concerten, ten­toonstellin­gen, opvoeringen, reportages,...).

Zij vereisen bovendien een intensieve samenwerking en stimule­ren het socialisatieproces.

 

Extra- muros activiteiten, zoals het bezoeken van tentoonstel­lingen, concerten, theaterproducties en andere culturele en/of maatschappelijke manifestaties over de verschillende kunstdis­ciplines heen, verruimen het referentiekader van de leerling voor het ontwikkelen van de creatief- concipi­ërende intelli­gentie.

 

Geïntegreerde werkperiodes en extra- muros activi­teiten en vormen een wezenlijk be­standdeel van de opleiding en worden er in geïntegreerd .Zij hebben een verplichtend karakter, al voelt de KSO - leerling zelf deze noodzaak tot verruiming van zijn horizont aan.

 

In die zin maakt  de schoolcultuur van de! Kunsthumaniora integraal deel uit van haar pedagogisch project en kadert de schoolcultuur ook in het pedagogisch project van het Gemeenschapsonderwijs en Scholengroep 1 (Ant1gon)