De! Kunsthumaniora

schoolwerkplan

de historiek van de! Kunsthumaniora

 

1.  Historiek.

Aan haar ontstaansgeschiedenis ontleent de! Kunthumaniora de voedingsbodem voor haar toch wel duidelijk geprofileerde eigenheid. Belangrijk in de historische ontwikkeling van de! Kunsthumaniora zijn volgende aspecten:

 

1. De banden met het Hoger Kunstonderwijs (HKO), meer bepaald met de Hogeschool Antwerpen, het departement dramatische kunst, muziek en dans en het departement beeldende en audiovisuele kunst.

Zij worden gereflecteerd in de school­cultuur; in de visie, de doelstellingen en de methoden in de onderscheiden kunstvakken (KV); in de organisatie van de geïntegreerde proef (GIP); in de doelstelling en organisatie van de voorbereidende jaren.

 

2. Het samengaan van uiteenlopende artistieke disciplines met uitgesproken visies, opgebouwd tot een evenwichtige eenheid waarin de algemene ontwik­keling en de doorgedreven artistieke ontplooiing in elkaar overgaan.

Er wordt gewerkt in een schoolcul­tuur, waarin doelbewust  ruimte wordt gecreëerd voor vakoverschrijdende en studierichtingoverschrijdende initiatieven en projecten.

 

Chronologie:

Per 1/9/1967 wordt, onder impuls van de heer Macken, toenmalig directeur van het KASKA, aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Antwerpen een afdeling oriëntatie opgericht, zijnde kunstonderwijs met volledig leerplan en fungerende als onderbouw voor de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen/Na­tionaal Hoger Instituut voor Schone Kunsten (KASKA/NHISK).

 

Vijf jaar later, op 1/9/1972, wordt, onder impuls van de heer E. Traey, toenmalig directeur van het KVMCA, én op vraag van een aantal ouders, aan het Koninklijk Vlaams Muziekcon­servatorium te Antwerpen (KVMC) het 1ste jaar HSO (kunstonderwijs met volledig leerplan) ingericht, in het raam van een zoge­naamde Kunsthumaniora én bedoeld als onderbouw van het KVMC.

De heer F. Matthijs wordt door het Ministerie van Cultuur, Dienst Kunstonderwijs, aangetrokken als wetenschappelijk mede­werker met als opdracht de organisatie van de drie bestaande kunsthumaniora's (Antwerpen, Brussel, Gent) in goede banen te leiden.

 

Op 1/11/1977 besluit het Ministerie van Nationale Opvoeding en Nederlandse Cultuur, overeenkomstig het principe dat instel­lingen van SO losgekoppeld dienen te worden van instellingen die HO verzorgen, tot een fusie van de oriëntatieafdeling van het KASKA/NHISK en de Kunsthumaniora van het KVMC tot het toenmalige Rijksinstituut voor Kunstsecundair Onderwijs

(RIKSO), bekrachtigd door het K.B. van 16/2/1978.

Het RIKSO verschaft kunstonderwijs met volledig leerplan, maar ressorteert, zoals alle kunstonderwijsinstellingen (zowel het Hoger Kunstonderwijs, als het Kunstonderwijs met beperkt leerplan) onder het Ministerie van Cultuur.

De school herbergt een afdeling Beeldende Kunsten en een afdeling Muziek (VSO).

 

Pas in 1980, onder minister W. Calewaert, wordt het RIKSO, net als de twee andere kunsthumaniora's die Vlaanderen rijk is, toegevoegd aan het Ministerie van Nationale Opvoeding, maar mét behoud van een eigen administratie, nl. de admini­stratie Kunstonderwijs.

Men argumenteert immers dat de kunsthumaniora's, aangezien zij secundair onderwijs met volledig leerplan (nu voltijds secun­dair onderwijs) verschaffen, eerder thuis horen in het Rijkssecundair Onderwijs, dan in het Kunstonderwijs.

Vanaf 1/9/1988 start het RIKSO bovendien met een afdeling Kunstwetenschappen, naast de bestaande afdelingen Beeldende Kunsten en Muziek.

 

Vanaf 1/1/1989 ressorteert het RIKSO onder de Autonome Raad voor het Gemeenschapsonderwijs (ARGO), maar behoudt nog een tijd lang een eigen administratie. Als Kunsthumaniora van het Gemeenschapsonderwijs, wordt het RIKSO per 21/3/1990 definitief opgenomen in het Gemeenschapsonderwijs. Als roep­naam hanteert de school sinds mei 1990 de naam "dé Kunsthu­maniora" in een poging haar eigen identiteit en de wil tot duidelijke profilering te benadrukken.

 

Sedert 1/9/1991 biedt de instelling, naast de structuuronder­delen Muziek, Beeldende Kunsten en Beeldende/Architecturale Vorming (Kunstwetenschappen in het VSO), ook de opleiding Woordkunst - Drama aan en ambieert een verdere diversifiëring binnen haar studierichting muziek met een optie "pop/jazz", opgestart op 1/9/1992.

 

Tengevolge van de invoering van de eenheidsstructuur worden vanaf 1/9/1993 de studierichtingen (structuuronderdelen) Beeldende Kunsten en Beeldende en Architecturale Vorming in de derde graad opgesplitst in respectievelijk Vrije Beeldende Kunst en Toegepaste Beeldende Kunst enerzijds, Beeldende Vorming en Architecturale Vorming anderzijds en wordt per 1/9/1995 de studierichting Audiovisuele Kunst (3de graad) ingericht.

Deze laatste wordt nadien als studierichting Audiovisuele Vorming naar onder verder onderbouwd met een 2de graad.

 

Bijzondere aandacht dient besteed aan het derde jaar van de derde graad (Voorbereidend Hoger Kunstonderwijs) : m.n. de Bijzondere Beeldende Vorming en de Bijzondere Muzikale Vorming. Dit jaar heeft tot doel de leerlingen, die geen KSO hebben gevolgd en die alsnog aansluiting wensen met het HKO, via een doorgedreven programma kunstvakken, voor te bereiden op het HKO, hetzij in de beeldende kunsten (BBV, ingericht m.i.v. 01/09/84), het zij in de muziek (BMV, ingericht m.i.v. 01/09/94) .

 

Met ingang van 1/9/1997 wordt de opslorpende fusie van de Stedelijke Kunsthumaniora van Lier een feit. Van dan af beschikt dé Kunsthumaniora over twee campussen:

-       campus Antwerpen (hoofdvestiging): Karel Oomsstraat 24, 2018 Antwerpen

-       campus Lier (2de vestigingsplaats): Vismarkt 4, 2500 Lier

 

Ten gevolge van het Bijzonder Decreet van 14/07/1998 wordt dé Kunsthumaniora ingedeeld in de Scholengroep 1 Antwerpen (ANT1GON) en in de Scholengemeenschap Antwerpen.

 

In de volgende jaren wordt het studieaanbod verder uitgebreid:

-       aan het derde jaar Bijzondere Muzikale Vorming worden, naast de optie Klassieke Muziek en de optie Pop/Jazz, de opties Musical (1998) en Muziektheorie (2000) toegevoegd.

-       ook aan de 3de graad Muziek, wordt naast de optie Klassieke Muziek en Pop/Jazz, de optie Muziektheorie toegevoegd (2000).

-       in het kader van de driepoligheid binnen het studiegebied beeldende kunsten wordt de studierichting Artistieke Opleiding 2de en 3de graad ingericht (1999), evenals de studierichting Audiovisuele Vorming 2de graad (2000).

-       de reductie van de studierichtingen noopt dé Kunsthumaniora per 01/09/2000 de 2de graad Beeldende Kunsten om te zetten in een 2de graad Beeldende en Architecturale Kunsten.

-       per 01/09/2001 programmeert dé Kunsthumaniora de studierichting Dans 2de en 3de graad.

 

Met invoering van de reductie van de studierichtingen (per 01/09/2000) worden de studierichtingen bovendien gegroepeerd in 2 studiegebieden:

-       het studiegebied Podiumkunsten: Muziek (klassiek, pop/jazz, musical, muziektheorie + Voorbereidend Jaar BMV), Woordkunst- Drama en Dans.

-       Het studiegebied Beeldende Kunsten: Artistieke Opleiding, Audiovisuele Vorming, Beeldende en Architecturale Kunsten en -Vorming, Architecturale Vorming, Beeldende Vorming, Toegepaste Beeldende Kunst, Vrije Beeldende Kunst + Voorbereidend Jaar BBV).

 

Met ingang van september 2006 kiest dé Kunsthumaniora voor een nieuwe huisstijl, inclusief een nieuw logo logo en een nieuwe baseline “Quality is never an accident”.

Van dan af krijgt de vernieuwing van de structuur en de organisatie van de school een nieuw elan, gerelateerd aan de opstart van grote infrastructuurwerken.

 

Op 1 september 2006 start de! Kunsthumaniora een eerste graad op. Deze wordt gevestigd in een nieuwe  (3de) campus: Campus Wilrijk (Kerkelei 43). De eerste graad richt zich bij aanvang hoofdzakelijk tot leerlingen dans, maar wordt geleidelijk aan uitgebreid tot een “brede eerste graad”, met een doorgedreven samenwerking met de derde graad basisonderwijs in het kader van de proeftuin “4 op een rij”.

Het ligt meteen in de bedoeling om deze campus, samen met de basisschool en het DKO beeldende kunst en het DKO woordkunst en dans, verder uit te bouwen tot een “kunstcampus”, varend onder de benaming “4 parkscholen”.

 In die optiek hevelt de! Kunsthumaniora vanaf september 2008 haar studierichting dans in 2 bewegingen (2008-2009 de 2de graad en 2009 -2010 3de graad)over van campus Lier naar campus Wilrijk en vindt ook het voorbereidend jaar Musical vanaf  september 2008 daar zijn definitieve uitvalsbasis.

De overheveling van de studierichting dans verloopt gelijktijdig met de nieuwbouw van 2 bijkomende danszalen op de campus 4 Parkscholen  en luidt, samen met de overheveling in september 2008 van de 3de graad beeldende kunst naar campus Antwerpen, de afbouw van campus Lier in.

Per 1 september 2010 is de nieuwbouw in campus Antwerpen instapklaar en wordt met de overheveling van de 2de graad BAK en WD vanuit campus Lier naar campus Antwerpen, de afbouw van campus Lier een feit. Van dan af is het studieaanbod van  de! Kunsthumaniora definitief opnieuw gespreid over 2 campussen (Antwerpen en Wilrijk), beide met een afgerond nieuwbouwcomplex.

 

Op het vlak van vernieuwing van studieaanbod, heeft de! Kunsthumaniora ondertussen vanaf het schooljaar 2007 – 2008:

-       binnen de optie lichte muziek in de derde graad de opsplitsing jazz en pop/rock,

-       binnen de studierichting woordkunst- drama de opsplitsing woordkunst- drama en woordkunst- muziek,

doorgevoerd.

De programmatie van de voorbereidende jaren Dans en Woordkunst- Drama per 1 september 2010 rond de structuur en het studieaanbod van de! Kunsthumaniora af, zowel verticaal als horizontaal.

 

Structureel, inhoudelijk en infrastructureel vormt de! Kunsthumaniora met ingang van 1 september 2010 een afgerond geheel, klaar voor de hervormingen van het secundair onderwijs.