dé kunsthumaniora

schoolwerkplan

evaluatie

 

  1. Evaluatie.

Naast de dagdagelijkse evaluatie van de taken, toetsen, opdrachten, attitude,.. worden de leerlingen periodiek geëvalueerd:

1.1 evaluatie van het dagelijks werk:

 Om na te gaan of je de leerstof begrijpt en/of regelmatig studeert, hebben je leraars een aantal mogelijkheden:

-         luisteren naar en beoordelen van je antwoorden op vragen die tijdens de les gesteld worden (dus tijdens een klasgesprek);

-         korte overhoringen of toetsen (wel of niet aangekondigd) tijdens de les;

-         herhalingstoetsen;

-         opgelegde oefeningen;

-         (huis)taken;

-         de aandacht en betrokkenheid voor opdrachten in de artistieke vakken

-         ook je studiehouding, je leerattitude ( = je aandacht in de les, voor taken, je zorg voor je agenda, schrift ...) wordt in rekening gebracht bij de evaluatie van dagelijks werk.

-         ook je gedrag in alle schoolse situaties speelt een rol.

 

-         Als je om welke reden dan ook een overhoring, klasoefening, persoonlijk werk niet hebt gemaakt, kun je achteraf verplicht worden de gegeven taak te maken.

-         Ben je tijdens een overhoring ... ongewettigd afwezig geweest, dan mag de leraar in overweging nemen je voor dat onderdeel een totale onvoldoende te geven.

-         De evaluatie van het dagelijks werk wordt driemaal per jaar in een cijfer tussen  0 en 10 op een rapport DW uitgedrukt. Daarbij wordt een 5 als een nipte voldoende beschouwd.

-         Voor een aantal vakken wordt het rapport aangevuld met een vakrapport.

-         De door de delibererende klassenraad van het voorafgaande schooljaar geadviseerde vakantietaken worden verrekend in het eerste DW- rapport à rato van 50%;

 

1.2  Evaluatie door examens

-         Tweemaal per jaar worden examens georganiseerd om na te gaan of je grote gedeelten van de leerstof kunt verwerken. Je moet aan beide examenperiodes deelnemen. De resultaten van de examens lichten jou, je ouders en de leraars in over je mogelijkheden. Op basis van deze resultaten kan de klassenraad een gefundeerd advies i.v.m. je gemaakte of verdere studiekeuze of andere mogelijkheden geven. Het is dus voor jezelf belangrijk dat je je voor deze examens ernstig voorbereidt: het is eerlijk tegenover jezelf én tegenover al wie met jou in de klas zit en je begeleidt.

-         De evaluatie van de examens wordt op het rapport EX in een cijfer op honderd uitgedrukt; 50 is een nipte voldoende. Minder dan 50 is onvoldoende.

-         Kan je wegens een geldige reden (attest verplicht) niet deelnemen aan één of meer examens, dan moet je de vakleraar en het leerlingensecretariaat onmiddellijk verwittigen. De vakleraar beslist of je de niet gemaakte proef moet inhalen, zo ja, hoe en wanneer. Dit wordt in je agenda ingeschreven. Doe je dit niet krijg je de evaluatie 0/100. Ziekte moet steeds met een medisch attest gewettigd worden.

-         Voor een aantal vakken wordt het rapport van de examens aangevuld met een vakrapport.

 

 1.3  Evaluatie door de delibererende klassenraad

 

De delibererende klassenraad is officieel bevoegd om over volgende zaken te beslissen:

-         het toekennen van een attest (A, B, C) en getuigschriften

-         het geven van adviezen voor je verdere studie of andere mogelijkheden

 

Tijdens de beraadslaging houdt de delibererende klassenraad rekening met:

-         de behaalde resultaten zoals ze op het rapport staan, aangevuld met de informatie van de vakrapporten;

-         de evolutie in de resultaten zoals ze terug te vinden is in de verslagen van de begeleidende klassenraad;

-         andere belangrijke elementen zoals eventuele medische, sociale en familiale redenen, leermoeilijkheden en leerstoornissen, logopedie.

-         voor de leerlingen van het 2de en 3de jaar van de 3de graad wordt ook rekening gehouden met de resultaten van de geïntegreerde proeven (GIP). De wijze waarop wordt elk schooljaar, in het kader van de organisatie van de GIP, schriftelijk (smart – intradesk) aan de ouders en de leerlingen meegedeeld.

 

Bij de beraadslaging worden onder meer volgende criteria gehanteerd:

-         elke leerling wordt individueel beoordeeld (leerlingen worden niet onderling vergeleken met elkaar);

-         elke leerling die één onvoldoende heeft op een dagelijks werk (= minder dan 5/10 op het rapport) en/of één onvoldoende heeft op een examen (= minder dan 50/100 op het rapport) kan pas geslaagd zijn (met een A- of een B-attest) na een positief advies vanwege de delibererende klassenraad;

-         de punten worden niet opgeteld, noch verticaal, noch horizontaal;

-         de resultaten voor dagelijks werk en voor examens zijn even doorslaggevend;

-         horizontaal onvoldoende halen op een vak bemoeilijkt het halen van een A-attest.

 

1.4  Inzagerecht

De leerlingen en de ouders hebben te allen tijde inzagerecht, zowel voor het dagelijks werk  als voor de examens.

 

 

  1. Communicatie van de evaluatie:

 

-         Gebeurt via de klassieke communicatiekanalen (agenda, brieven, rapport,…);

-         Vanaf het schooljaar 2008 – 2009 hebben leerlingen en ouders inzagerecht in SKORE.

-         Voor een aantal studiegebieden/studierichtingen werden voor een aantal vakken specifieke vakrapporten uitgewerkt.

 

  1. Evaluatiecriteria en parameters.

 

3.1 dagelijks werk:

 

  1. algemene onderverdeling + ponderatie  (= gewicht) voor alle vakken en alle studierichtingen: 20% attitude  - 80 % vakgebonden criteria.
  2. de 80 % wordt onderverdeeld in volgende criteria: leerinhouden (I), vaardigheden (V) en vakattitude (VA). Het gewicht van deze criteria (binnen de 80%) en de parameters om de criteria te meten, werden per vakgroep vastgelegd en worden aan de ouders en de leerlingen gecommuniceerd.
  3. voor de samenstelling van de 20% voor attitude wordt voor alle vakken en studierichtingen rekening gehouden met:

-         zelfdiscipline (= orde,netheid, stiptheid op vlak van schriften, kaften, agenda, lesmateriaal, taken en opdrachten, voorbereiding en studie van de lessen).

-         sociale vaardigheden (= kritisch denken, zelfreflectie en zelfevaluatie, teamgeest, maatschappijvisie)

-         taalvaardigheid §schriftelijk en mondeling.

  1. de kunstvakken maken voor de gedetailleerde commentaar gebruik van vakrapporten (dezelfde per studierichting/vak); de algemene vakken integreren dit in SKORE en op het rapport.
  2. in geval er gebruik wordt gemaakt van een puntenschaal, is dit dezelfde voor de hele vakgroep.

 

3.2 examen:

 

  1.  voor alle vakken en alle studierichtingen wordt uitsluitend rekening  gehouden met de vakgebonden criteria (100%) en niet met de attitude (0%).

 

  1. de 100 % wordt onderverdeeld in volgende criteria: leerinhouden (I), vaardigheden (V) en vakattitude (VA). Het gewicht van deze criteria (binnen de 100%) en de parameters om de criteria te meten, werden per vakgroep vastgelegd en worden aan de ouders en de leerlingen gecommuniceerd.

 

  1. de kunstvakken maken voor de gedetailleerde commentaar gebruik van vakrapporten (dezelfde per studierichting/vak); de algemene vakken integreren dit in SKORE en op het rapport.

 

  1. in geval er gebruik wordt gemaakt van een puntenschaal, is dit dezelfde voor de hele vakgroep.

 

3.3 GIP (geïntegreerde proef):

 

De GIP tracht, in het kader van de studiekeuzebegeleiding, de leerling te adviseren met het oog op de doorstroming naar het Hoger Kunstonderwijs.

De wijze waarop (opzet, criteria en parameters) wordt elk schooljaar, in het kader van de organisatie van de GIP, in het begin van het schooljaar schriftelijk (smart – intradesk) aan de ouders en de leerlingen meegedeeld.