De! Kunsthumaniora

schoolwerkplan

de visie op

de eerste graad en de samenwerking met het Basisonderwijs

 

 

Het pedagogisch project van de eerste graad van de! Kunsthumaniora beoogt een

meerledige doelstelling:

 

1. de vlotte doorstroom van het basisonderwijs naar het secundair onderwijs als gevolg van een positieve keuze op basis van talent,

 

2. de vlotte doorstroom van de eerste graad naar de 2de graad secundair onderwijs

als gevolg van een positieve keuze op basis van talent (ipv “cascade”)door:

-          een brede 1ste graad (gradueel per leerjaar  versmallend),

-          implementatie van de pedagogische werkvorm van de “vrije ruimte” (seminarie).

 

3. de implementatie van de cultureel – creatieve component in het basisonderwijs (3de graad)

en het secundair onderwijs (1ste graad).

 

4. het verstevigen van de component talen en wetenschappen in het basisonderwijs (3de graad)

en het secundair onderwijs (1ste graad).

 

5. het “upgraden” van de component TO/ICT in het basisonderwijs (3de graad)

en het secundair onderwijs (1ste graad).

 

6. studiekeuzebegeleiding als een rode draad doorheen de nieuwe visie.

 

OUTPUT:

  1. betere slaagkansen voor de leerlingen in de loop van het schoolcurriculum.
  2. meer welbevinden bij de leerlingen tijdens de schoolloopbaan ( = verminderen schoolmoeheid en ongekwalificeerde uitstroom).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  1. de vlotte doorstroom van basisonderwijs naar secundair onderwijs.

 

Om een meer rendabele (= met positieve doorstromingsresultaten voor de leerlingen tot gevolg) doorstroming van het basisonderwijs naar het secundair onderwijs te bekomen, doorbreekt de! Kunsthumaniora (uitgaande van de positieve ervaring opgedaan in het schooljaar 2006 -2007  in het proeftuinproject “4 op een rij) de absolute scheiding tussen 3de graad BAO en de 1ste graad SO, door op sommige vlakken haar 1ste graad een  pedagogische eenheid te laten vormen met het vijfde en zesde leerjaar van de basisschool  Parkschool Ieperman 

 

 

De pedagogische entiteit van het vijfde en zesde leerjaar BAO met het eerste en tweede leerjaar SO beperkt zich niet tot enkele structureel - organisatorische ingrepen (zelfde speelplaats, zelfde OLC, zelfde agenda’s, zelfde schoolreglement,…) , maar door de organisatie van gezamenlijke didactische uitstappen, gezamenlijke GWP’s, hospiterende leerkrachten, visiterende leerlingen, … maken de leerlingen van de derde graad BAO kennis met de leerstof, het leerproces en de schoolcultuur van het SO. Daardoor kan de overgang van BAO naar SO voor de leerlingen soepeler verlopen: het SO is niet langer onbekend terrein.

 

Extra aandacht wordt besteed aan de studiekeuze naar de eerste graad en later ook in de tweede graad van het SO:

-          de leerlingen van de derde graad BAO worden betrokken bij de “vrije ruimte” (algemene vakken, beeldende kunsten, podiumkunsten en dans) en het vak kunstinitiatie (waarin de praktijk van de vrije ruimte historisch wordt onderbouwd) in de eerste graad, die hen projectmatig kennis laten maken met de keuzemogelijkheden aan opties, basisopties, onderwijsvormen en studiegebieden,

-          er  wordt een artistiek- creatieve component toegevoegd in de derde graad BAO (eventueel in samenwerking met het DKO), die de leerlingen laat proeven van de verschillende artistieke mogelijkheden  in de daarop volgende artistieke opties en basisopties van de eerste graad en de studiegebieden van het KSO (beeldende kunsten en podiumkunsten),

-          het belang van de taal – en technologische (ICT) component wordt in de 3de graad van het BAO opgewaardeerd,

-          ter afronding plaatsen de infosessies voor ouders en de infosessies en snuffeldagen voor leerlingen de praktisch opgedane info in een afgerond theoretisch kader.

 

 

  1. de vlotte doorstroom van de eerste graad naar de 2de graad secundair onderwijs als gevolg van een positieve keuze op basis van talent.

 

            De eerste graad SO is opgevat als een “brede eerste graad”.

             

            In de eerste graad, zowel in het eerste als in het tweede leerjaar, maken de leerlingen uitgebreid kennis met zoveel mogelijk  doorstromingsmogelijkheden naar de tweede graad:

 

-          via de specifieke vakken, waarvoor zij reeds kiezen ifv de door hen gevolgde optie/basisoptie (latijn, moderne wetenschappen, artistieke vorming: beeldend kunsten en podiumkunsten, dans),

-          via de “vrije ruimte”  (algemene vakken (talen/wetenschappen en TO/ICT), beeldende kunsten, podiumkunsten en dans) en het vak kunstinitiatie waarbij alle leerlingen, ongeacht de gekozen optie/basisoptie betrokken worden (= horizontaal),

-          via leerjaaroverschrijdende projecten waarbij alle leerlingen van de 2 leerjaren, ongeacht de gekozen optie/basisoptie, betrokken worden (= vertikaal).

 

            Leerlingen die in Parkschool Ieperman deel uitmaken van het pedagogisch project “4 op een rij”, hebben bovendien reeds in de derde graad BAO voorafgaand kunnen proeven van  de interessegebieden van het  SO (zie punt 1).

 

 

 

  1. de implementatie van de cultureel – creatieve component in het basisonderwijs (3de graad) en het secundair onderwijs (1ste graad).

 

De concrete verwezenlijking van de eerste twee doelstellingen wordt ondersteund door de implementatie van de cultureel – creatieve component in het basisonderwijs (3de graad) en het secundair onderwijs (1ste graad ) en levert als dusdanig een substantiële bijdrage aan de kunst- en cultuureducatie zowel in de derde graad BAO als in de eerste graad SO.

 

  1. het upgraden van de talen in het basisonderwijs (3de graad) enhet secundair onderwijs (1ste graad):

 

Het taalbeleid van de 3de graad BAO wordt afgestemd op het taalbeleid van de 1G SO en in de 1G SO wordt, via de projecten van de vrije ruimte, zowel het Nederlands (1ste jaar) als de MVT Frans en Engels (2de jaar) extra gestimuleerd.

 

  1. technologische component in het basisonderwijs (3de graad) en het secundair onderwijs (1ste graad).

 

 Door het geven van vernieuwende impulsen, zowel  inhoudelijk als vakdidactisch (dooropname in de “vrije ruimte”), aan de technologische component ( = technologie en

ICT ) wordt de studiekeuzebegeleiding verbreed en de daarmee gepaard gaande talentdetectie uitgebreid en wordt gewerkt aan een herwaarding van het TSO

 

  1. studiekeuzebegeleiding.

 

Een studiekeuzebegeleidingstraject wordt gekoppeld aan de nieuwe visie

 

Gedurende heel de schoolloopbaan van de leerlingen moet de studiekeuzebegeleiding eigenlijk steeds aanwezig  zijn (van in de kleuterklas tot in HO):

·         Een permanente en  positieve studiekeuze verhoogt de motivering en het welbevinden bij de leerlingen en werkt de schoolachterstand tegen.

·         Een permanente en positieve studiekeuze verhoogt de gemotiveerde instroom in de in de verschillende leerjaren en graden en werkt het cascade- effect tegen.

·         Een verhoogde gemotiveerde instroom en het verlaagde cascade- effect verhoogt het welbevinden in de klassen.

·         Dus een win- win situatie voor leerling én school.

 

Bijgevolg: de leerlingen begeleiden in het maken van een studiekeuze (van BAO naar 1G en van 1G naar 2G SO) op basis van hun talent ( “waar ben ik goed in” = positieve studiekeuze) i.p.v. op basis van falen (“waar ben ik niet goed in”= negatieve studiekeuze).

 

Strategie:

 

-          de leerlingen zo veel mogelijk talenten laten ontwikkelen en ontdekken (= brede talentontwikkeling),

-          de leerlingen leren,op basis van de brede talentontwikkeling, hun eigen “betere” talenten te ontdekken en hen daarvoor extra te motiveren (= individuele talentontwikkeling),

-          de leerlingen begeleiden en stimuleren om ifv hun individuele talentontwikkeling een studiekeuze te maken (van BAO naar 1G en van 1G naar 2G SO).

 

Operationele uitwerking:

 

-          ontwikkelen van een nieuwe onderwijsstructuur waarin het nieuwe pedagogisch project kan worden in ondergebracht (proeftuin)

-          ontwikkelen van een brede 1ste graad, waarin een zo’n ruim mogelijke talentontwikkeling kan georganiseerd worden (= horizontale verbreding),

-          uittekenen en implementeren van verticale leerlijnen tussen 3GBAO en 1G SO ifv de brede talentontwikkeling (= verticale verbreding).

 

 

Bijgevolg:

 

·         leerlingen (en ouders) leren in de vier leerjaren van het 2de blok van de structuur 3x 4 hun eigen talenten (zowel op algemeen vormend, technologisch  als op artistiek – creatief vlak) ontdekken en kunnen een positieve studiekeuze maken naar de 2de graad SO toe, op basis van talent ipv op basis van falen.

 

·         door de combinatie van punt 1 en 2 wordt een consensus bereikt tussen enerzijds de idee van een brede eerste graad en anderzijds de mogelijkheid van een verantwoorde studiekeuze (met vooropleiding) na de eerste graad. Dus: geen uitgestelde (verlate) studiekeuze, maar een verantwoorde studiekeuze door vervroeging van de kennismaking met de verschillende interessegebieden. Een uitgestelde studiekeuze (tot na de 2de graad) is voor sommige studiegebieden en/of  studierichtingen immers niet te verkiezen.

 

Afsluitende Opmerkingen:

 

·         het pedagogisch project van de eerste graad van de! Kunsthumaniora werd uitgewerkt  in functie van de in de SGE aanwezige bovenbouw:  KSO =  de! Kunsthumaniora;  ASO ism Koninklijk Lyceum (KL) ; TSO ism Spectrumschool.

 

·         het feit dat het BAO (Parkschool Ieperman), het KSO (de! Kunsthumaniora) en het DKO (MAGO – muziek, woord en dans ; KASKA DKO – beeldende kunst) zich op één zelfde campus bevinden (Campus Parkscholen) is een infrastructureel pluspunt voor dit pedagogisch project.

 

 

ORGANIGRAM - overzicht studieaanbod